De geschiedenis van de wijk Dauwendaele
De Segeersweg in Dauwendaele is één der oudste en was wellicht één van de meest belangrijke wegen van Walcheren.
Voor het begin van onze jaartelling werd ons gebied getroffen door verschillende overstromingen, waarbij de zee haar neerslag liet bezinken (transgressie), gevolgd door perioden van rust (regressie) waarbij strandwallen ontstonden. Circa 275 na Christus begon een nieuwe periode van overstromingen waarbij in de veenlaag van Walcheren diepe geulen werden uitgeschuurd. Omstreeks 600 na Christus ontstond er weer een regressieperiode waarin de kreken dichtslibden met zand en zavel. Het omliggende veen ging, mede door de daarop terechtgekomen kleilagen, inklinken zodat de oorspronkelijk dieper gelegen kreken nu als zandruggen hoger kwamen te liggen dan het omliggende land. In de 8e en 9e eeuw vestigden zich de eerste bewoners op deze hoger gelegen delen, terwijl ook de eerste wegen de loop der kreekruggen volgden. Aldus ontstonden de drie "oerwegen van Walcheren", namelijk de Seisweg, de Noordweg en de Segeersweg. Op het knooppunt van deze drie wegen, waarlangs tevens het riviertje "de Arne" stroomde, is de stad Middelburg ontstaan.
Deze "oerdriesprong" moet gelegen hebben zo ongeveer op de hoek van de Latijnse Schoolstraat en de Korte Lombardstraat. Op de kaart van Walcheren omstreeks 1550 (zie afbeelding), getekend door Jacob van Deventer, zien we dat de Segeersweg een beetje plompverloren eindigt bij de dijk van het toen net gegraven havenkanaal. Het is gerechtvaardigd te veronderstellen dat voor de aanleg van het havenkanaal in 1535 de weg gewoon doorliep naar het veer over de Welsinge en dus een belangrijke schakel moet zijn geweest in de verbinding van Middelburg met "het vaste land" en vice versa. Verdere ingrijpende waterstaatkundige gebeurtenissen vonden tussen 1868-1872 plaats. De spoorweg, welke destijds eindigde bij Bergen op Zoom, werd doorgetrokken naar Goes, Middelburg en Vlissingen. Als gevolg hiervan werden het Kreekrak en het Sloe afgedamd en werden het Kanaal door Zuid Beveland en het Kanaal door Walcheren gegraven. Dit laatste had voor Middelburg ingrijpende gevolgen. Een gedeelte van Veldzigt zou onteigend worden voor de aanleg van het spoor en het kanaal. Mr. Anthony Pieter Snouck Hurgronje, gemeenteraadslid en kantonrechter te Middelburg, gebruikte al zijn invloed om dit te voorkomen en niet zonder resultaat: de spoorweg en het kanaal kwamen uiteindelijk iets noordelijker te liggen, waardoor een gedeelte van de Middelburgse wallen en de Vlissingse Poort moesten verdwijnen. Met de aanleg van het kanaal en de spoorlijn verdween tevens de laatste "luister" die de speelhoven en buitenplaatsen ten zuiden en zuidoosten (Middelburg-Zuid en Dauwendaele) van Middelburg nog had omgeven. De slechte bereikbaarheid vanuit de stad moet hierbij een rol hebben gespeeld. Het "landgoed" verviel tot gewoon "villa" of tot boerderij.
Het is overigens opmerkelijk dat de loop van de Segeersweg en daarmee tevens de contouren van het hele gebied eeuwenlang ongewijzigd zijn gebleven. Tot 1951. In dit jaar startte de herverkaveling in het gebied rond de Segeersweg nadat in 1944 de inundatie van Walcheren een grote verwoesting had aangericht. Een nieuw, strakker en moderner wegennet werd aangelegd dat echter reeds in 1970 al teniet gedaan werd door de aanleg van de woonwijk Dauwendaele. De Gemeente Middelburg zocht al enige tijd naar plaatsen voor een aanzienlijke uitbreiding van het woningenbestand, in eerste instantie om arbeiders van het Sloegebied te huisvesten. Omdat de oorspronkelijke uitbreidingsplannen al zo goed als gerealiseerd waren, koos men toen voor de "sprong over het kanaal". Een wat gedurfde stap, gezien de moelijke bereikbaarheid van wat spoedig "Middelburg-Zuid" zou gaan heten. In 1965 werden de eerste woningen van de "Magistraatwijk" opgeleverd. In 1970 begon men aan het gebied tussen de Schroeweg en de Nieuwlandseweg. De boerderijen werden onteigend en gesloopt, de landerijen opgekocht en geëgaliseerd: de bouw van de huidige Wijk Dauwendaele kon beginnen. Allereerst verrezen de eensgezinswoningen in en rond de Dolfijnstraat, daarna de meer westelijk gelegen straten en als laatste de bungalows en de sporthal aan de oostzijde van de Kruitmolenlaan. Reeds in 1974 konden de eerste bewoners van de nieuwe wijk hun woning in de Dolfijnstraat betrekken. Omstreeks 1978 was de eerste fase van deze nieuwe wijk reeds voltooid en op 23 oktober 1981 kon de 5.000ste woning van de wijk Dauwendaele aangeboden worden.

Lees hieronder meer over wat ooit op het stuk boerenland met karakteristieke landweggetjes, sloten, weiden en boomgaarden heeft gestaan...
Landhuizen, hofsteden, buitenplaatsen en boerderijen
Walcheren telde vroeger veel buitenplaatsen. In de glorietijden van Middelburg waren er veel succesvolle koopmanslieden en invloedrijke magistraten. Aangelokt door de lage grondprijs en de gunstige condities bij de verkoop der stadsambachten gingen vele "gegoede" burgers er toe over om land te kopen. Vervolgens kreeg de nieuwe eigenaar er behoefte aan zijn pas verworven waardigheid als landbezitter ten toon te spreiden door het oprichten van een landhuis, lusthof of buitenplaats. De een nog mooier als de andere. Er moeten zo rond de 150 buitenplaatsen zijn geweest in de 18e eeuw. "De Rusthof" en "Den Dolphijn" waren zeker de twee grootste, mooiste en de meest bekende die vroeger in onze wijk stonden. Dit tijdperk duurde helaas niet al te lang en nog vóór de Franse tijd (1795-1813) waren stad en land verarmd en lag de handel stil en er waren nog maar weinig mensen die hun landhuis met park konden onderhouden. Omstreeks 1820 was zeker 80% der landhuizen ten prooi gevallen aan verval, zodat ze tenslotte werden gesloopt. Vaak werden op deze vervallen landgoederen boerderijen gesticht, waarbij de voormalige koetshuizen en tuinmanswoningen nog uitstekend dienst konden doen als koeienstal en/of boerenhuis. Er is dus helaas niet veel meer over van wat hier ooit heeft gestaan. De hedendaagse tot woonhuis omgebouwde boerderij "Douwendaele" (met ou) in de Dauwendaelsestraat, die tot de fraaie buitenplaats "Den Dolphijn" heeft behoord en de "Roozenburg" met zijn toen toebehorende koetshuis (temidden van de huidige woonerven Diamant en Briljant) zijn hier een duidelijk en goed voorbeeld van. Ze zijn beide compleet gerenoveerd en ik hoop dat deze oude glorie nooit zal worden afgebroken. Dan was er nog een boerderij "De Dolfijn" die net als de bestaande boerderij "Douwendaele" ook tot "Den Dolphijn" hoorde. Die werd op 17 december 1963 opgekocht door de gemeente die de grond liet egaliseren voor de bouw van de huidige wijk. De fundamenten van deze boerderij staan nog steeds onder de woningen van de Kruitmolenlaan 116 tot 122, ter weerszijden van het elektriciteitshuisje. Het landhuis hiervan moet gelegen hebben in de buurt van de achtertuinen van de woningen Vredenburg nummers 51 en 49. Verder kennen we allemaal de kinderboerderij "De Klepperhoeve" die tot circa 1968 boerderij "Dauwendaele" (met au) heette, maar deze heeft niks te maken met een buitenhuis.
In Zeeland speelt mogelijk ook nog mee dat veel van de VOC-schepen vernoemd waren naar Zeeuwse buitenplaatsen, aangezien de eigenaren tot de bewindhebbers van de VOC behoorden.

Den Dolphijn of De Dolfijn
De Dolfijn moet in het midden van de 18e eeuw een buitenplaats van ongekende schoonheid zijn geweest en zij kon met haar 62 gemeten (5 hectare) één van de grootste van Walcheren genoemd worden. De oudste berichten over De Dolfijn dateren van 1621. Een zekere Allaart Roelofs was toen eigenaar. Vervolgens geeft Smallegange in zijn Cronyk van Zeeland in 1696 een uitvoerige beschrijving van de buitenplaats, waarbij hij melding maakt van het feit dat er in vroegere tijden reeds een zeer oud gebouw moet hebben gestaan dat in 1969 al weer was afgebroken. Met De Dolfijn is ook de naam Swerfrust of Zwerfrust verbonden. Waarschijnlijk betreft het hier de naam van een bij de buitenplaats behorende hofstede, maar het kan ook zijn dat een tijd lang de gehele buitenplaats Swerfrust heeft geheten. In ieder geval komt deze naam na 1750 niet meer voor. Verder is het zeer waarschijnlijk dat de huidige (en nog aanwezige) tot woonhuis omgebouwde boerderij Douwendaele, ook tot het Dolfijn complex heeft behoord. Van De Dolfijn zijn ons verschillende fraaie tekeningen en gravures nagelaten, zodat we een indruk kunnen krijgen van wat bedoeld werd met: "het pryeel van Zeeland, welkers gelijk men gants de Weereld door niet sou konnen vinden". Alleen al door Jan Arends, een bekend tekenaar van buitenplaatsen die van 1770 tot 1785 woonde en werkte te Middelburg, zijn van De Dolfijn een 20-tal tekeningen gemaakt. U kunt deze tekeningen in het Zeeuws Archief bekijken. Het hoofdgebouw van het landgoed was door een gracht omgeven en alleen via een ophaalbrug bereikbaar. Verder waren er diverse vijvers, waarin men verschillende vissoorten kon aantreffen, moestuinen, fraai aangelegde parken, alsmede "schoone boomgaarden en kostelijke weilanden". In het midden van de 17e eeuw was de buitenplaats in bezit van Johan Francisco Velters, Heer van Welsinge, die haar in 1686 verkocht aan Steven Schorer, in 1686 gehuwd met Anna de Vicq. Nadat verschillende leden van de familie Schorer het buiten in eigendom hadden gehad kwam het in 1803 door vererving in handen van de familie Lambrechtsen. Nicolaas Cornelis Lambrechtsen van Ritthem heeft tot aan zijn dood in 1895 op het buiten gewoond; hij was de laatste bewoner van het landgoed De Dolfijn. Aangenomen moet worden dat de buitenplaats omstreeks die tijd moet zijn gesloopt, omdat na 1900 De Dolfijn alleen nog maar als boerderij wordt genoemd. Waarschijnlijk was Dhr. Aarnoudse van 1901 tot 1908 de eerste pachter; vanaf 1908 Jacobus de Visser en van 1933 tot 1952 diens zoon, eveneens een Jacobus de Visser. Na de inundatie en na de herverkaveling is de hofstede met landerijen van de toenmalige eigenaren, de familie Kerkhoven, opgekocht door de Stichting Beheer Landbouwgronden. Deze organisatie kocht het te verkavelen land op, verkocht het weer aan nieuwe eigenaren en bemiddelde voor de oude pachters eventueel de plaatsing op een nieuw bedrijf in de noordoost polder, terwijl een "herverkavelde" De Dolfijn in 1953 werd verkocht aan Jan Geertse Junior. Deze heeft hierop nog gedurende een tiental jaren het boerenbedrijf uitgeoefend. Ook voor De Dolfijn komt tenslotte het einde. Op 17 december 1963 wordt het gehele bedrijf opgekocht door de Gemeente Middelburg, die de grond liet egaliseren voor de nieuw te bouwen wijk Dauwendaele. Zoals u boven kunt lezen liggen er nog steeds fundamenten.

De Rusthof
Iets verder, ook aan de zuidkant van de Segeersweg, lag De Rusthof, iets minder groot van opzet dan De Dolfijn, maar toch ook een buitenplaats die gezien mocht worden. Tot circa 1680 heette het "Het Huis te Wateringe", doch de toenmalige eigenaar, de ontvanger-generaal van Zeeland, Johan van der Stringe gaf het de naam "De Rusthof". "Als zijnde geen Hof van gewoel, gelijk alle der Vorsten Hoven, maer een Hof van Stilheit en rust, daer hy de lastige sorgen van bestieren der Staets-saken gewoon is wat af te leggen, om sich door soete rust te verquikken", aldus Johan van der Stringe. Op het landgoed van deze vermoeide ambtenaar trof men, zoals bij alle grote buitenplaatsen een bloemhof, een moestuin, een grote vijver en een dierenpark met herten, hinden, tortelduiven alsmede "rare Hoenderen en Entvogelen" aan. Verder stond er tussen verschillende "Beelden en Borststukken" een originele altaarsteen opgesteld, opgevist uit de buiten Domburg gelegen ruïnen van de tempel van de Godin Nehalennia. Zoals veel buitenplaatsen op Walcheren heeft ook De Rusthof de malaise tijdens en vlak na de Franse overheersing niet overleefd. Volgens verschillende publicaties moeten de hoofdgebouwen reeds vóór 1820 zijn gesloopt, zodat sindsdien alleen de hofstede die de buitenplaats heeft vervangen, nog de naam Rusthof draagt. Als laatste bewoners van het landgoed worden de heren Columba en A. Drijfhout.

De Vredenburg
Vredenburg De naam van de hofstede Vredenburg komt in 1753 al voor op de kaart van Hattinga, maar het is zeer waarschijnlijk dat er al vóór die tijd een boerderij of buitenplaats van die naam heeft bestaan. De laatste bewoner van de hofstede, P. Abrahamse, herinnert zich namelijk dat het woonhuis muren had van wel een halve meter dik. Deze waren opgetrokken uit zware turfstenen en niet opgemetseld met normale cement, maar met zavel. Dit zavel was een kalkrijke kleisoort vermengd met zeer fijnkorrelig zand dat vroeger op natuurlijke wijze gewonnen kon worden aan de zijkanten der Walcherse zandkreken. Bovendien was het hof aan twee zijden omgeven door ongewoon diepe en brede sloten die eerder aan kasteelgrachten deden denken. Verder werden er nog zware fundamenten aan de binnenzijden van deze sloten aangetroffen. Allemaal aanwijzingen dat het hier niet gaat om zomaar een boerderij, doch eerder om een nederzetting van groter allure. Rond de eeuwwisseling werd de hofstde bewoond door ene Klaassen, waarna omstreeks 1910 zijn kleinzoon A. Cornelisse er zijn intrek nam. Deze A. Cornelisse, die daarvoor op de hofstede Douwendaele woonde, verkocht in 1917 de boerderij aan A. Abrahamse, op zijn beurt weer een kleinzoon van Cornelisse en keerde zelf weer terug naar Douwendaele. A. Abrahamse heeft tot aan de inundatie in 1944 op Vredenburg gewoond. Met zijn gezin (12 kinderen! waaronder P. Abrahamse) oefende hij een gemengd bedrijf uit; hij was tevens melkslijter in het gebied rond de Segeersweg. Zoals vele oude boerderijen is ook de Vredenburg in 1944 ten onder gegaan. Los drijfhout beukte de met zavel gemetselde muren die hiertegen niet bestand bleken. Enige jaren heeft er nog een noodboerderij gestaan, maar door de herverkaveling verdween de noodboerderij helaas helemaal. Boer Abrahamse, geboren in 1895, verhuisde naar de Noord-Oostpolder waar hij een nieuw, modern bedrijf opbouwde. Tot aan zijn dood in 1987 heeft hij, nog genietend van een redelijk goede gezondheid, gewoond in een bejaardentehuis te Urk. Zijn zoon Piet, de enige uit het gezin die Middelburg is trouw gebleven, heeft jarenlang gewerkt bij de plaatselijke plantsoenendienst. Een lichte welving in het weiland aan de Torenweg, recht tegenover de Roozenburglaan, duidde nog duidelijk de plaats aan, waar ooit de Vredenburg heeft gestaan. Dit is nu -anno 2010- helaas niet meer zichtbaar.
De Roozenburg
Ingeklemd tussen de vernieuwde bebouwing van de Segeersweg en de woonerven Diamant en Briljant ligt nog steeds de oude buitenplaats Roozenburg. Het complex bestond destijds uit een woonhuis, een koetshuis, een orangerie en enige tuinmans -en koetsierswoningen. De eerste steen werd gelegd in 1802 door Wilhem Nicolaas Lambrechtsen en zijn zusje Johanna Adriana Maria Lambrechtsen, destijds pas 11 en 10 jaar oud! Roozenburg werd gebouwd door de dames Johanna Godefria en Hillegonda Catherina Schorer, dochters van Wilhem Schorer. De vader van de beide kinderen, Nicolaas Lambrechtsen (1752-1823), was getrouwd met de derde en tevens oudste dochter Maria Petronella Schorer. Zij woonden na het overlijden van Wilhem Schorer in 1793 op de buitenplaats De Dolfijn. Na het overlijden van Johanna Godefria im 1809 kwam Roozenburg op naam te staan van de beide kinderen Lambrechtsen. Nadat tenslotte in 1820 ook haar jongste tante, Hillegonda Catherina, was overleden ging Johanna Lambrachtsen, die in 1821 huwde met Adriaan Isaak Snouck Hurgronje (wat een lange namen hè..), met haar man het landhuis bewonen. In 1825 werd de buitenplaats aangekocht door Gerrardus Jacobus Ackermans uit Middelburg. Voor het huis bevond zich een ronde oprijlaan, met bomen en bloemperken in het middenstuk terwijl er elders een moestuin, 2 boomgaarden, een grote en een kleine vijver te vinden waren. In de jaren 1867-1872 werd door de aanleg van het kanaal door Walcheren en de spoorlijn het grondgebied aanzienlijk verkleind. In 1886 werd het huis bewoond door een kleindochter van Ackermans die getrouwd was met notaris Baris Agathus Verhey (weer zo'n aparte naam...). Tientallen jaren is het huis in bezit geweest van deze familie, totdat het in 1944 door mevrouw Clara Verhey werd verkocht. Nadat het buiten na de oorlog nog enige tijd is bewoond door de familie P. Neve kwam het tenslotte in handen van de Woningbouwvereniging Middelburg. Deze liet het opknappen en er in vier wooneenheden in creëren, welke in 1986 als zodanig in gebruik werden genomen. De familie Lambrechtsen kwam oorspronkelijk uit Vlissingen. Nicolaas Cornelis Lambrechtsen werd er in 1752 geboren uit het huwelijk van Nicolaas Cornelissen (Raadslid van Vlissingen) en Maria Kroef. Zijn oom, Anthonie Pieter Lambrechtsen, halfbroer van zijn vader, was burgemeester van Vlissingen en ambachtsheer van de heerlijkheid Ritthem. Tengevolge van door Oranjegezinden veroorzaakte onlusten te Vlissingen in 1787, waarbij zijnn huis werd geplunderd, verhuisde N.C. Lambrechtsen naar Middelburg. Inmiddels gehuwd met Maria Petronella Schorer kwam hij na het overlijden van zijn schoonvader Wilhem Schorer in het bezit van Den Dolfijn. In 1815 verwierf hij door vererving de heerlijkheid Ritthem. Zijn kleinzoon, eveneens Nicolaas Cornelis Lambrechtsen geheten en laatste bewoner van Den Dolfijn, eveneens ambachtsheer van Ritthem, heeft ook daadwerkelijk "van Ritthem" aan zijn naam toegevoegd.

De Wijdau
Aan de Nieuwe Kleverkerkseweg, juist ten noorden van waar nu de spoorwegovergang naar de Herculesweg ligt, lag vroeger de hofstede "Wijdau". In 1709 wordt reeds gesproken van het huis Wij-dauw of Wiedau, toenmaals toebehorende aan Leonardus Thijssen en in 1763 in eigendom van Magdelena Sara Hulsius, die gehuwd was met Jan Willem van Sonsbeeck. Wanneer het "Huis" tot "hofstede" is geworden, is helaas niet bekend. Omstreeks 1819 was de bezitter Leonard Constantijn van Sonsbeeck; later -tot aan 1920- mevrouw W.A. Graaf van Lijnden -de Bruin. Op 8 september 1926 werd de boerderij met 15 hectare grond verkocht aan M.P. Matthijsse. Byzonderheid bij deze verkoop was dat circa 6 hectare bestond uit voormalige Arne-bedding. In 1940 werd het woonhuis door oorlogshandelingen verwoest en nog tijdens de oorlog herbouwd. De zoon, A.C. Matthijsse, heeft op de boerderij gewoond tot 1967. In dat jaar werd Wijdau afgebroken voor de aanleg van het nieuwe industrieterrein Arnesteijn.
De Tappershof
Zeer oude, al lang niet meer bestaande, boerderij die gelegen heeft aan de zuidoever van de Mannezeesche Watergang. Deze boerderij stond reeds aangegeven op de kaart der Particuliere Tienden uit 1961. Verder schijnt het dat de landmeter J.L. van der Leije haar nog in 1742 tesamen met de kruitmolen "De Eendracht" in kaart heeft gebracht. Sindsdien wordt de boerderij "Tappershof" nergens meer vermeld.
De Kriekenhof
Voormalig hofstede welke heeft gelegen tussen de Eendrachtsweg, zuidzijde en de rijksweg A58. Ook deze boerderij is tijdens de inundatie in 1944 verloren gegaan en op die plaats niet meer herbouwd.

De Vlugtenburgh
Voormalig buitenplaats daterend uit het begin der 18e eeuw, later hofstede aan de Schroeweg nabij Oost-Souburg.
De Driewegenhof
Deze voormalige hofstede heeft ongeveer daar gelegen waar nu de boerderij Ora et Labora ligt aan de grote Schroeweg te Middelburg. Ook deze boerderij is na de inundatie niet meer herbouwd.
De Rustenburg
In de wijk Dauwendaele komt men het Rustenburgplantsoen en het bejaardentehuis "Rustenburg" tegen. In het verleden komt de naam Rustenburg tweemaal voor. Allereerst kennen wij de buitenplaats Rustenburg, gelegen aan de Noord West zijde van Kleverskerke. de naam komt ook voor op de kaart van Hattinga (1752) en op de Kaart van Walcheren van de Gebroeders Abrahams (1829). waarschijnlijk hebben we hier te maken met een wat kleinere buitenplaats aangezien de naam in de literatuur verder nergens meer wordt genoemd. In de tweede plaats was daar, tot aan de inundatie van Walcheren, het Rustenburgs Voetpad, dat liep vanaf de Noordzijde van de Segeersweg naar de Oude Havendijk bij de begraafplaats. Dit voetpad was waarschijnlijk genoemd naar de oude herberg "Rustenburg", welke eind 18e eeuw daar in die buurt moet hebben gelegen. Op 13 maart 1807 kocht N.C. Lambrechtsen, die we al hebben leren kennen als eigenaar van De Dolfijn, het "Huis en Erf, annex Moeshof, groot 50 Roeden, zijnde van ouds een herberg Rustenburg, staande op de Noordhoek van het Potte-wegeling aan de Segeersstraatweg......". Het Pottewegeling was waarschijnlijk de oude benaming van het Rustenburgs Voetpad. De naam Rustenburg heeft overigens in de loop der tijden aanleiding gegeven tot enige verwarring. In de catalogus van de "Zelandia Illustrata" van Landsbeheer en Nagtglas wordt Rustenburg verward met de al eerder genoemde buitenplaats Rusthof (zie artikel na De Dolfijn), eveneens gelegen aan de Segeersweg. Oorzaak van dit alles is waarschijnlijk het feit dat in het prentenboek "Speculum Zelandia" dat omstreeks 1662 door Nicolaas Visscher werd uitgegeven, een prent voorkomt onder de naam "Rustenburgh". Het is vrijwel zeker dat het hier een afbeelding betreft van de buitenplaats "Rusthof".

De Buitenrust
Aan de Oude Vlissingseweg lag de 19e eeuwse buitenplaats "Buitenrust". Omstreeks 1926 werd de villa bewoond door de heer Troll, voormalig zeeofficier en leraar wiskunde. In de periode na de oorlog werd het huis voor het laatst bewoond door de familie De Man, die er een nertsenfarm exploiteerde. De buitenplaats werd omstreeks 1970 afgebroken in het kader van de nieuwe inrichting van de Wijk Middelburg-Zuid. Een straatnaam in de Wijk Dauwendaele houdt de herinnering aan deze buitenplaats levendig.
De Landlust en de Landzicht
Naast de eerder beschreven grote buitenplaatsen zoals "Den Dolfijn" en "Rusthof" bestonden er reeds in de 17e eeuw verschillende kleinere percelen, waarop allerlei soorten bouwsels, variërende van een prieel tot een middelgroot landhuis, waren geplaatst. Deze stukjes grond, destijds ook wel "speelhoven" genoemd, behoorden aan gegoede burgers uit de stad Middelburg en werden hoofdzakelijk als tweede huis of als weekendhuis gebruikt. Vanwege de vlotte bereikbaarheid vanuit de stad waren ze voornamelijk buiten de stadspoorten aan de singels gelegen. Eveneens lagen zulke tuinen langs de uitvalswegen, zo ook langs de Segeersweg. In 1765 kocht Cornelis Vis, een kapitein ter zee bij de admiraliteit van Zeeland een "speelhoff met deszelfs huysing aan de St. Geertruidsweg gelegen in het Jan Brouwersblok". Het betrof hier een stuk grond, gelegen aan de zuidzijde en aan het begin van de Segeersweg, waarvan de vorige eigenaren nog tot aan 1660 getraceerd kunnen worden. In hetzelfde jaar kocht Cornelis Vis er nog een naastliggend stuk grond bij. Toen Vis, inmiddels Vice-Admiraal, in 1789 overleed, werd zijn bezit verkocht onder de benaming: "zekere Buytenplaats genaamt Landlust met zijn heerenhuysinge". Koper was Pieter Ackermans junior (1747-1817), boekhouder bij de wisselbank der stad Middelburg. Hij en zijn vrouw Johanna Catherina Geene brachten Landlust tot grote bloei, zodat het op een gegeven moment een herenhuis omvatte met een terras met marmeren beelden, een visvijver, een tuinmanswoning en een prieel. Ackermans overleed in 1817, zijn vrouw in 1840. De bloeitijd van Landlust is hiermede beëindigd. Hun zoon, Gerrardus Jacobus Ackermans (1788-1849), die inmiddels al enige jaren op Roozenburg woonde, werd de nieuwe eigenaar. Hij verkocht het landgoed aan Johanna Catharina Ermerins-Paspoort, doch werd na haar overlijden in 1845 opnieuw eigenaar. In 1846 verkocht hij een gedeelte aan mevrouw Margeretha Swart en wel een stuk dat grensde aan de "buitenplaats van de koopster". Het herenhuis en de overige bouwsels moeten spoedig daarna afgebroken zijn. Toen de kleinzoon van G.J. Ackermans het in 1931 als bouwterrein verkocht, stond het in de acten nog slechts als "tuin" vermeld.
Ook Landzicht was een speelhof. Het moet gelegen hebben naast de Landlust, eveneens aan de zuidzijde van de Segeersweg. Eigenaresse was mevrouw Marghereta Swart. Begin 19e eeuw laat zij door architect P. Schuppens een ontwerp voor een tuin maken. Uit deze tekening blijkt dat Landzicht ingeklemd moet hebben tussen Den Dolfijn, Landlust en de Segeersweg. Het is niet bekend of er later ook nog een huis van enige betekenis heeft gestaan.

De kruitmolens
Naast de vele landhuizen en hofstedes waren ook maar liefst drie Kruitmolenfabrieken in Middelburg te vinden. Best veel als je bedenkt dat er in heel Nederland 13 stuk waren (volgens de Vereniging "De Hollandsche Molen"). Ze bevonden zich eerst in de stad of buiten op de stadswallen. Al gauw drong men echter aan op verplaatsing tot "ver" buiten de stad vanwege het ontploffingsgevaar. De namen van de kruitmolenfabrieken in Middelburg waren: "de Goudend", "de Eendracht" en "de Grenadier".
-
De Goudend (werd ook wel de gouden draak genoemd) moest op aandringen van Koning Willem I of gesloten worden of verplaatst worden. Die is door de toenmalige eigenaar J.C. de Bruijn, oud-secretaris van Middelburg, verplaatst naar Arnemuiden. Op het terrein, wat nu bij de gemeentelijke begraafplaats hoort, kwam een boerderij en later een manege. De naam "de Gouden Draak" bleef en de familie Kalkman exploiteerde de manege-boerderij, want het was in bezit van de gemeente Middelburg. Doordat in 1987 de grote schuur afbrandde kwam er helaas een einde aan dit stuk geschiedenis. Van 1990 tot 2001 stond hier het asielzoekerscentrum (AZC). Nu is het een gedeelte van de begraafplaats en de naam leeft voort naast het winkelcentrum Dauwendaele. Hier is nu een seniorencomplex van Woongoed, kantoorruimtes en een sportstudio. De naam Kruitmolenlaan herinnert aan de Kruitmolenfabriek(en).

-
Padvinderij "Kazan's hoek"
Hier heeft ook een padvinderij gezeten, die nu op het Meiveld gevestigd is. Ik heb van mevrouw Breemerkamp een paar foto's van de bouw hiervan gekregen. Heeft u nog verdere informatie en/of foto's van de kazans hoek, dan zie ik ze graag tegemoet.
-
De Eendracht heeft waarschijnlijk opgehouden te bestaan in 1846 toen verschillende Kruitmoleneigenaars in Nederland samen opgingen in "De Gezamenlijke Buskruitmakers van Noord-Holland, Utrecht en Zeeland" en waaruit uiteindelijk is ontstaan de enig overgebleven kruitfabriek "De Krijgsman" in Muiden. Het hoofdgebouw van "De Eendracht" heeft nog lange tijd dienst gedaan als woonhuis en boerderij totdat het in 1944 tijdens de inundatie van Walcheren werd verwoest. De naam leeft voort als Eendrachtsweg. Op 30 juli 2007 hebben archeologen een cirkel van baksteen gevonden op het terrein, wat nu woonwijk de Mortiere is en aan de Jazzroute ligt. Lees hier het artikel over de vondst van het industrieel erfgoed Zeeland of hier het krantenartikel van 22 maart 2007 in de PZC of hier het artikel van 5 juli 2007 in de PZC. De Walcherse Archeoligische Dienst heeft in opdracht van de gemeente Middelburg ook een speciaal verslag van de Eendracht. Klik hier om dit PDF bestand te downloaden en te lezen; zeer interessant!


-
De Grenadier. Daar waren al meerdere ontploffingen geweest, zodat de maat volwas en de restanten van het gebouw in september 1802 publiekelijk werd verkocht en tot boerderij werd omgebouwd. Deze boerderij werd tot 1983 bewoond door de familie Meliefste totdat zij plaats moest maken voor nieuwe industrievestigingen. Het werd in hetzelfde jaar nog afgebroken. Alleen de Grenadierweg herinnert nog aan deze kruitmolenfabriek.

De schietbaan
Een ander interessant object in dit gebied was de schietbaan. De schietbaan lag langs het kerkhof, aan de voet van de Oude Havendijk en begon even voorbij het Rustenburgs voetpad. Het eindpunt, bestaande uit een grote aarden kogelvanger, lag ongeveer daar waar nu de sporthal ligt. Men schoot dus in de richting van Nieuw en Sint Joosland, een veilig gevoel voor de burgers die in de stad woonden...Desondanks heeft toch eens een terugketsende kogel de koffiepot van tafel geveegd in een nabij gelegen boerenwoning. Daarna werden er ook meer kogelvangers aangebracht in de vorm van houten poorten. Aan het begin van de baan stond een stenen gebouwtje dat diende voor opslag van geweren en munitiekisten. De baan zelf was aan beide zijden beplant met bomen waarvan de kruinen ineenvloeiden, zodat men zich als het ware in een soort tunnel dacht te bevinden. Mede hierdoor was het bij de Middelburgse jeugd een geliefd en avontuurlijk speeloord. De schietbaan heeft dienst gedaan tot aan de Tweede Wereldoorlog en werd hoofdzakelijk gebruikt door de in Middelburg gelegerde militairen, de Burgerwacht en later de Vrijwillige Landstorm.

De lijst van Echternach
De oudste geschriften welke een beschrijving geven van de landerijen waarop later onze wijk zou ontstaan, dateren uit de periode 1181-1210. We hebben het dan over de zogenaamde "Lijst van Echternach". Dit is een soort eigendomslijst van verschillende percelen in het gebied rond de Segeersweg welke toebehoren aan de Abdij van Echternach (in het huidige Luxemburg). Sint Willibrord, de apostel der Friezen (658-739), heeft ook geruime tijd op Walcheren vertoefd om de bevolking aldaar te kerstenen. Hij vermaakte in 726 vele goederen in Zeeland die de gelovigen aldaar en/of de Frankische Koningen hem hadden geschonken, aan de Benedictijner Abdij van Echternach. Deze abdij was in 698 door hem gesticht. De lijst ontstond doordat de te Middelburg wonende rentmeester van de abdij een soort ommegang maakte in zijn gebied en daarbij achtereenvolgens de verschillende percelen noteerde; in feite de oorsprong van de huidige kadastrale legger. In het gebied rond de Segeersweg en de Schroeweg komen o.a. de volgende percelen voor:
- Westmede ub nortuver (westmede op de noordoever, namelijk van de Welsingse watergang)
- Terra S. Williebrordie (grond van Sint Wllibrord)
- Ellemersland
- Ostmede (oostmede)
- Ostbuvenland
- Bretmede (breedmede)
- Vuoldrichesdich (Woudriksdijk)
- Vromoldesland (vromoldsland)
- Papilant (priesterland; papisland)
Verschillende straatnamen, zoals de erachtergeschreven straten en de Duunmede bijvoorbeeld, herinneren aan deze oudste geschiedenis. Mede betekent "weide" of in dit verband "perceel" of "stuk grond". Herberdsland, Girsesland, Elmersland etc. zijn eveneens terug te voeren tot de Lijst van Echternach. Zij zijn vernoemd naar de eigenaars en pachters van de percelen.

Het station
Het station in Middelburg is een variant op het type der derde klasse (er waren vroeger vijf klasses). Het hoofdgebouw bestaat uit een zogenaamde midderisaliet en twee lange vleugels. Start bouw in 1870. Het wordt op 1 maart 1872 geopend en is opgetrokken in een zogenaamde rondboogstijl, een neoclassistische stijl. Deze stijl is gebaseerd op het werk van de franse architect J.N.L. Durand. In 1907 wordt er aan de rechterzijde een kleine aanbouw gebouwd. Architect K. van der Gaast ontwerpt een perronoverkapping voor het tweede perron, welke in 1957 gebouwd wordt. In 1995 wordt het perron van spoor 2 een verlenging en krijgt tevens een nieuwe overkapping. Ook werd er een groot parkeerterrein gebouwd. Dit alles werd in 1996 opgeleverd. In Februari 2001 gaat seinhuis oostzijde station naar de SGB. Start bouw perronlift spoor 1 najaar 2002 en tevens bouw oostelijk gelegen fietstunnel (ter hoogte, waar ooit de hoge spoorbrug stond) en het busstation aan de oostzijde wordt ook vernieuwd. Pas in zomer 2006 bouw van 2e lift voor bereikbaarheid spoor 2 en tevens kleine verlenging perronkap uit 1996. Sinds 1974 is het station een beschermd rijksmonument. Het rangeerterrein en de bijgebouwen zijn inmiddels verdwenen. Het heeft nog steeds een NS loket. Het adres is: Kanaalweg 22, 4337 PA Middelburg. Stationsrestauratie ook aanwezig. Klik hier en bekijk nog meer historische foto's van het station.

De voetgangersbrug
Ook wel hoge brug of spoorbrug genoemd. Dat was de "zgn. geklonken" brug die op de plek van de huidige fietstunnel, aan het begin van de Segeersweg, stond. Vooral mensen die op dansles bij Janvier zaten, maakten toen graag gebruik van deze byzondere brug. Janvier lag namelijk direkt naast de hoge brug die aan weerszijden was voorzien van een steile trap. De brug heeft plaats moeten maken voor de gewijzigde infrastructuur en is verhuisd, net als het gebouw waar Janvier in zat, naar Goes.

Goederenloods
Informatie volgt nog
.jpg)
Beelden
In de wijk staan een aantal beelden. Meestal loop je er aan voorbij, zonder te beseffen dat het er staat, maar het is toch echt interessant om er hier even meer over te schrijven. En wie was deze beeldhouwer eigenlijk? Peter de Jong (07.08.1920-04.11.1990) was een bekende Nederlandse beeldhouwer uit Den Haag. Hij was vooral in Zeeland werkzaam. Als je door de stad Middelburg loopt, kom je altijd wel een werk van hem tegen. Ook de beelden van het stadhuis heeft hij gerestaureerd. Toevallig stond er vandaag, 3 september 2010, een artikel over deze beeldhouwer in de pzc.
Deze beelden van hem staan in onze wijk:
- Opvliegende vogels (1968) lokatie: Water bij de Buitenhove, naast de school
- Meisje in gymnastiekhouding lokatie: Bij school, Roozenburglaan
- Twee torso's M/V lokatie: Vromoldsland
- Abstract beeld lokatie: Verzorgingstehuis, Vrijlandstraat
-
Paaseilandkop lokatie: Jacob Roggeveenhuis

De snackbar
informatie ontbreekt nog. De onderstaande foto's van de vroegere snackbar laten u het begin zien van het huidige "frietuus". Jan en Nel Brandes waren de mensen die het lekkere fenomeen "friet & co" in de wijk Dauwendaele introduceerden. Later hebben ze het verkocht aan de familie Machteld die het flink hebben uitgebreid hebben door de bevolkingstoename. Van tot en met 27 september 2010 was deze cafetaria "'t Frietuus" in het bezit van de familie Piet en Machteld van Waarde. De familie Zhu zal het bedrijf voortzetten.
De bp
informatie ontbreekt nog.

De hoeksteen
Op 19 juli 1971 wordt de eerste paal voor deze fraaie kerk de grond ingeslagen. Het wordt groots gevierd met een grote fanfare. De kerk werd door architectenbureau "Wisse en Tuinhof" uit Vlissingen ontworpen. Opdrachtgever was PKN de gereformeerde kerk. In 1974 krijgt de kerk een orgel die door de firma "Ernst Leeflang" uit Apeldoorn werd gebouwd.
.jpg)

De meanderflat
Het project Meander ontving Rijkssubsidie, omdat het een zogenaamde "experimentele woningsbouw" betrof waarbij nieuwe mogelijkheden verkend werden die bijdragen tot verbetering van het woonpeil. Daartoe was een meanderachtige bebouwing van zes lagen ontworpen met een verhoogde toegangsstraat op de garages en een gesloten gallerijlaag op de vijfde laag, waarbij ook de bergingen waren gesitueerd. Het geheel is in montagebouw uitgevoerd, systeem Delta. Er is ook een vervolg gebouwd, Meander II, en staat in 's-Hertogenbosch. Het is ontworpen door professor ir. J.F. Berghoef van architectenbureau Berghoef, Hondius en Lamers uit Aalsmeer. In de jaren 60 werkte deze architect met een engels betonskelet systeem, het zogenaamde aurey system. Hiermee heeft hij de 390 meter lange flat ontworpen. Start bouw: 1969 en het geheel werd in 1972 opgeleverd. Opdrachtgever van dit project was de gemeente Middelburg. In 1973 namen de eerste bewoners hun intrek in de nieuwe woningen. Naast de meanderflat heeft het architectenbureau ook de woningen van het meanderhof ontworpen. Woongoed Middelburg is de woningcorporatie die de 252 in grootte variërende appartementen verhuurt. In 2007/2008 werd een grote renovatie uitgevoerd, waarbij onder meer kunstkozijnen werden geplaatst, de gevels geschilderd en de overdekte loopstraat opgeknapt. De trappenhuizen geven het geheel vanaf die tijd zijn kleur. In 2009/2010 werden in de Meanderhof en de Meanderlaan nieuwe leidingen en rioleringen verlegd en opnieuw bestraat. In het pand waar ons buurthuis zit, huisde vroeger een bank en daarna een dierenarts.

De diamantenwijk
In de volksmond edelstenenbuurt genoemd. Het project is ontworpen door architect Jos Jobse. Vanuit de lucht gezien, zie je daadwerkelijk dat de wonigen gebouwd zijn in de vormen van edelstenen. Typerend voor de jaren 70 stijl zijn de smalle straatjes en poortjes, kleinschalige en knusse woningen. De bedoeling van de zeer dicht bij elkaar geplaatste woningen was om de sociale contacten tussen de bewoners te stimuleren, maar dat schijnt achteraf gezien niet echt gelukt te zijn...
Klik hier om een krantenartikel (uit de PZC) te lezen over de Edelstenenbuurt en hier voor een ander artikel.

Welzijnscentrum
informatie ontbreekt nog
Bureau jeugdzorg
Het gebouw deed eerst dienst als filiaal "Zuid" van de Provinciale Bibliotheek Centrale (opgericht in 1968) en werd op zaterdag 25 januari 1975 geopend door bibliothecaresse mevrouw Hulster, de archtitect, de heer W.D. de Bruine en mevrouw van Vooren. Het herbergt tevens een studio voor de blindenbibliotheek, waar vooral zeeuwse boeken -meestal in dialect- worden op cassettebandjes worden ingesproken en werd door architect ir. J. Dekker ontworpen. Door te kleine huisvesting, te weinig geld, maar toch de steeds groeiende lijn lezers besluit de PBC dit filiaal te sluiten en met alle andere filialen op te gaan in de huidige vorm "Zeeuwse Bibliotheek". Alle werknemers en boeken verhuizen naar de Kousteensedijk, die de deuren in januari 1985 opent. Hare Majesteit Beatrix verricht op 24 april 1985 de officiële opening hiervan. Na de verhuizing naar de Kousteensedijk sluit de bibliotheek aan de Roozenburglaan voorgoed de deuren. Een tijdlang was het leegstaand totdat de stichting "Samen" zich hier voor 12 jaar vestigde. Sinds 1998 zit hier inmiddels het bekende bureau Jeugdzorg Zeeland.

De begraafplaats
informatie ontbreekt nog

Slagvaert
Informatie ontbreekt nog
Coupure
Praktisch aan de achterzijde van de voormalige Slagvaert gelegen, staat een coupure. Om hier meer over te weten te komen heb ik weer de wikipedia geraadpleegd. Een coupure is een doorsnijding van een waterkering. Als op de plek waar een weg een waterkering kruist een verlaging van de waterkering wordt aangebracht, spreekt men van een coupure. In geval van calimiteit moet deze plek op de kerende hoogte worden gebracht. Aan de zijkanten van de coupure zijn hiervoor muren aangebracht, met daarbij de mogelijkheid om ruimte tussen de muren te sluiten met behulp van -zoals hier in de wijk nog duidelijk te zien is- een rails. Als extra veiligheid worden tussen de balken en/of tegen de gesloten deuren zandzakken geplaatst. Dit wordt beheerd door de Rijkswaterstaat en wordt ook wel dijklichaam genoemd.
Sportpark "de Kruitmolen"
Informatie ontbreekt nog

Aanvullende informatie
Voor meer leuke weetjes over wat zich in de wijk heeft afgespeeld en stukjes wijkgeschiedenis, klikt u hier. In 1971 waren de meeste straten, gelegen tussen de Kruitmolenlaan en de Roozenburglaan, reeds opgeleverd. Ook de Driewegenhof en de Buitenhove. Op dat moment waren er zelfs al de eerste twee scholen. De eerste was de Buitenhoveschool en de tweede was de Oosterburgschool. Heeft u hier misschien nog foto's van?
Havenkanaal
Informatie ontbreekt nog

"Het vertrek van een hoogwaardigheidsbekleder uit Middelburg"
van Adriaen Pietersz van de Venne, 1615 [Rijksmuseum Amsterdam]
De Arne
Dit riviertje moet haar oorsprong hebben gevonden in de duinstreek van Oostkapelle en door Middelburg (o.a. door wat nu de Nieuwstraat is en de Rouaansekaai tussen Bellinkbrug en de Spijkerbrug) liep om vervolgens na vele bochten en kronkels uit te monden in de Lemmer bij Arnemuiden. Deze natuurlijke verbinding met open zee werd vanaf het jaar 1100 al gebruikt als haven. Vlak bij Middelburg werd een tolhuis gebouwd, voorzien van een "vierkantige Tooren en twee wagthuisjes op deszelfs hoeken geplaatst". Arnemuiden was dus eigenlijk de voorhaven van de handelsstad Middelburg en in deze tijd zelfs een gevaarlijke mededinger. Het beheerste de toegang tot Middelburg volledig, iets dat de Middelburgers met lede ogen moesten aanzien. Bovendien verzandde de haven al vrij spoedig, zodat men zeer verheugd was toen Keizer Karel V op 13 maart 1530 de stad octrooi verleende voor het graven van een nieuw havenkanaal. Op 8 april 1532 ving men dit karwei aan en op 24 augustus 1535 vond de officiële opening plaats. Dit kanaal kwam uit daar waar de Welsinge overging in de Lemmer en de loop ervan is vandaag de dag nog duidelijk waar te nemen als een ondiepte langs de Nieuwlandseweg. Het is er mede de oorzaak van geweest dat Middelburg, rond het midden van de 17e eeuw, uit kon groeien tot de op één na (Amsterdam) machtigste handelsstad van de Republiek.

Arnesteijn
De Arne werd afgedamd en eindigde in een moerasachtig gebied, daar waar nu de fabriek Hercules staat. Het tolhuis werd omgebouwd tot het landhuis Arnesteijn, in 1685 nog slechts een versterkte woning met als eigenaar Daniel Schorer, later een kasteelachtige buitenplaats met vijvers en omgeven door zeer fraaie tuinen. Omstreeks 1753 werd het bewoond door de toenmalige Burgemeester van Middelburg, Johan Guilielmus Schorer. In de 19e eeuw is het buiten, waarschijnlijk toen al in een kleinere vorm, tot 1869 bewoond geweest door Abraham Caland. Van deze bekende waterbouwkundige, die getrouwd was met Anna Elisabeth Schorer, is nog de mededeling bekend dat Arnestein dikke muren had en een toren. A. Caland is op 11 april 1869 op Arnestein overleden. Het buiten werd gesloopt in 1870. In de plaats daarvan kwam de boerderij Arnestein. Deze hofstede was op het laatst in eigendom van de Mr. J.W.D.H. Schorer en bewoond door de familie Volkers en is in 1967 ten offer gevallen bij de aanleg van het grote industrieterrein. De industriewijknaam en de straatnaam Arnesteinweg houden de herinnering aan het verleden wakker. De familie Schorer heeft generaties lang een belangrijke plaats ingenomen in de rijen der Zeeuwse en in het byzonder der Middelburgse notabelen. In 1611 vestigde de in Aken geboren burgemeesterszoon Lucas Schorer (1581-1651) zich als koopman te Middelburg. In hetzelfde jaar trouwde hij met Johanna Rademacher, eveneens afkomstig uit Aken. Hun zoon, Johannes Schorer (1620-1697) werd in 1672 Burgemeester van Middelburg. Nog zes andere leden van het geslacht hebben tot aan 1907 deze functie uitgeoefend. Johan Guilielmus Schorer (1733-1783) was schepen van Middelburg en raad in de Admiraliteit van Zeeland. Hij werd opgenomen in de ridderschap van Zeeland en werd als zodanig in de adelstand verheven onder toekenning van de titel van jonkheer. De familie verwierf zich een aanzienlijk grondbezit in Zeeland en op Goeree Overflakkee en bezat op Walcheren onder andere de buitenplaatsen Arnestein, Toornvliet en Den Dolfijn. Kijkt u ook eens op de site buitenplaatseninnederland.nl en kies de rubriek Zeeland.
In 1965 vestigde het amerikaanse chemieconcern Hercules zich op het nieuwe industrieterrein Arnesteijn.

